Beleid, september 2026
Noord-Holland houdt water vast voor droge tijden: wat dat betekent voor funderingen

Wat Gedeputeerde Staten op 23 september hebben vastgesteld
Het programma geldt de periode 2028 tot en met 2033 en is verplicht onder de Omgevingswet. Gedeputeerde Anouk Gielen (Water, Bodem en Klimaatadaptatie) schrijft dat de droogte van 2026 zichtbaar maakte hoe kwetsbaar het watersysteem is en dat Nederland toen zelfs sprake was van een feitelijk watertekort. De provincie telt verder zware regenbuien, verzilting en bodemdaling op als druk op het systeem. In het programma wil de provincie water in natte perioden opvangen in waterbergingsgebieden en polders, om het in droge periodes beschikbaar te hebben. Ruimte wordt gereserveerd voor dijkversterking, drinkwaterwinning en noodoverloopgebieden. Als belangen botsen, gaan waterveiligheid en drinkwater voor: het drinkwater is nu op orde, maar door groeiende vraag, verzilting en vervuiling komt de voorziening naar verwachting na 2035 onder druk te staan.
Twee keuzes raken direct aan de bebouwde omgeving. Van nieuwe ontwikkelingen, waaronder woningbouwlocaties en waterintensieve bedrijven, wordt verwacht dat zij laten zien hoe zij zuinig met water omgaan. En bij de waterkwaliteit zet de provincie een escalatieladder in: eerst stimuleren, dan extra inzet waar het probleem het grootst is, en pas daarna strengere regels. Het ontwerp ligt in het eerste kwartaal van 2027 ter inzage, de definitieve vaststelling is voorzien eind 2027 en het programma gaat op 1 januari 2028 in.
Water vasthouden is goed nieuws voor paalkoppen, maar het peil wordt lokaal bepaald
Voor houten paalfunderingen is het grootste risico niet de droogte zelf, maar een grondwaterstand die onder de paalkop zakt; daar begint paalrot. Een provincie die water in polders vasthoudt, werkt daarmee in beginsel tegen dat risico in: hogere peilen in natte perioden betekenen dat paalkoppen minder vaak en minder lang droogvallen. Voor woningen in peilbeheerste polders in West-Friesland, het Laag Holland en de Zaanstreek kan dit programma dus precies de kant op die de fundering wil.
De beperking zit in de schaal waarop wordt besloten. Een fundering merkt niet het provinciale programma, maar het peilbesluit van het eigen waterschap en de ganghoogte van de eigen buis. Dat niveau regelt het RWBP niet: het geeft kaders en prioriteiten. Een automatisch. Een waterbergingsgebied drie dorpen verderop verhoogt het grondwater onder een andere wijk niet automatisch. Hoe de grondwaterstand onder de woning wordt bepaald en waarom die per wijk verschilt, staat op de pagina over grondwaterstand en fundering.
Er zit ook een keerzijde aan water vasthouden. In natte winters kan een hoger peil juist leiden tot opdruk of vocht in kruipruimten en bij funderingen op staal in klei tot zwelgedrag. Peilbeheer is altijd een afweging tussen beide uitersten, per gebied. Dat de provincie bodemdaling nu als vast onderdeel in het programma opneemt, maakt het in elk geval makkelijker om die afweging in een zienswijze funderingsgericht te voeren.
Waar de druk het grootst is: de Zaanstreek
Van alle Noord-Hollandse gebieden heeft de Zaanstreek de scherpste combinatie van problemen. De bodemdalingskaart meet daar 4 tot 8 millimeter maaivelddaling per jaar in een van de veenrijkste gebieden van Nederland, met vooroorlogse woningen op korte houten palen van 8 tot 11 meter die niet op de zandlaag staan. Bij dat tempo zakt het maaiveld bij ongewijzigd peilbeheer in twintig jaar 8 tot 16 centimeter, terwijl het veenpakket waarin de palen staan steeds verder verlaagt. Zaanstad is daarnaast een van de zes leergebieden van de Nationale Aanpak Funderingen, zie ons bericht over de rivierklei-aanpak. Dat het RWBP en de funderingsaanpak hier over hetzelfde grondwater praten, is nieuw; of ze ook daadwerkelijk op hetzelfde peil besluiten, hangt af van de uitwerking met de waterschappen in 2027.
Wat 427 eigen checks in de provincie laten zien
Tussen 12 mei en 24 september 2026 zijn er in de postcodegebieden die met 12 tot en met 21 beginnen, dus Noord-Holland zonder de Amsterdamse postcodes, 427 gratis postcode-checks afgerond. In 80 van die checks gaf de bewoner zichtbare schade aan: scheuren, een scheve vloer, klemmende deuren of verzakking rond de woning. Dat is bijna een op de vijf.
De spreiding volgt verrassend precies de bodemkaart. In Alkmaar en omgeving (52 checks) meldde 27 procent schade, in Purmerend en omgeving (46 checks) 24 procent en rond Hoorn (44 checks) 20 procent: veen- en kleigebieden met veel vooroorlogse bouw. In 't Gooi (60 checks) was dat 12 procent, op zandgrond waar fundering op staal zelden het probleem is. Zaanstad valt op door afwezigheid: van 41 checks kwamen er maar 5 met gemelde schade, terwijl het gebied de dikste veenlaag heeft. Zelfmelding zegt iets over wie checkt en waar de onrust zit, niet over de woningvoorraad als geheel; dat is geen steekproef.
Over de fundering zelf bleef bijna de helft van de checkers onzeker: 198 van de 427 gaven het type als onbekend op, tegenover 53 keer houten palen, 55 keer op staal en 79 keer beton. De risico-uitspraken van de check volgden ook hier een logische volgorde: bij de 53 checks die als laag uitkwam werd geen enkele keer schade gemeld, bij de 35 checks met een acuut risico was dat 20 keer, dus in 57 procent van de gevallen. Wie weet wat er onder de eigen woning ligt, hoeft niet te gokken; de gratis postcode-check geeft per postcode de bodem- en bouwperiode-context.
Wat een eigenaar in Noord-Holland hiermee kan
Tot het ontwerp volgend jaar inzage krijgt, verandert er praktisch niets; het programma is een concept en bindt nog niemand. Wat nu al zinnig is: weet op welk peil de eigen polder wordt gezet en of de paalkop daarboven uitsteekt, leg bestaande schade vast met een nulmeting zodat droogte-effecten meetbaar worden in plaats van voelbaar, en laat bij twijfel over het type fundering een funderingsonderzoek fase 1 uitvoeren. Voor de financiële kant, van lening tot het Fonds Duurzaam Funderingsherstel, staat alles bijeen op de pagina over subsidies en leningen.
In het eerste kwartaal van 2027 kan iedere bewoner, VvE of waterschapsonderdeel zienswijze indienen op het ontwerp. Dat is het moment om peilbeheer en funderingsrisico in woonwijken samen op tafel te zetten; de tijdlijn van het dossier laat zien dat het Rijk grondwaterbeheer sinds 2024 als vaste pijler in de funderingsaanpak noemt, maar het is tot nu toe bij geen enkele provincie zo expliciet uitgewerkt als Noord-Holland hier doet. De cijfers en bronnen per gebied staan op de pagina met funderingsstatistieken van Nederland.
Veelgestelde vragen
Bronnen
- Provincie Noord-Holland: Provincie zet extra in op water en bodem (23 september 2026)
- Provincie Noord-Holland: Startdocument Regionaal Water- en Bodemprogramma 2028-2033
- Bodemdalingskaart Nederland
- Deltares: de maatschappelijke gevolgen van 2026, een eerste indruk
- KNMI: zeer lage Rijnafvoer door aanhoudende droogte in stroomgebied