Naar hoofdinhoud
Fundering.help

Klimaat, september 2026

De balans van droogteseizoen 2026: 68 dagen laagwater en wat dat onder de grond doet

Het droogteseizoen is nog niet voorbij, maar de contouren zijn duidelijk. Deltares zette de indicatoren van 2018, 2022 en 2026 naast elkaar en komt tot een ongemakkelijke conclusie: we waren beter voorbereid dan ooit, en toch zakten de grondwaterstanden dieper weg dan in beide eerdere droogtejaren. Voor funderingen telt precies dat laatste getal.
Gepubliceerd op · Terug naar het dossier funderingsproblematiek
Lijngrafiek met de gemeten dagafvoeren bij Lobith in 2018, 2022 en 2026, waarbij 2026 het vroegst en het diepst onder de 1000 kubieke meter per seconde zakt
Gemeten dagafvoeren bij Lobith (m3/s) voor de 2018-2022-2026. Bron data: Rijkswaterstaat

Drie droge jaren naast elkaar

De grafiek hierboven laat zien wat er dit jaar anders ging. De roze lijn van 2026 duikt ruim een maand eerder onder de 1000 kubieke meter per seconde dan de lijnen van 2018 en 2022, en blijft daar hangen. Het laagste punt lag op 565 kubieke meter per seconde. De piek uit smeltwater die de rivier normaal in het voorjaar vult, was in maart al voorbij.

Indicator201820222026
Hoogste neerslagtekortVergelijkbaar niveauVergelijkbaar niveau310 mm
Laagste Rijnafvoer bij LobithCirca 750 m3/sCirca 700 m3/s565 m3/s
Dagen onder 1020 m3/s125 dagen60 dagen68 dagen en nog lopend
GrondwaterstandenLaagLaagOveral minimaal zo laag of lager

De waarden voor 2018 en 2022 zijn afgelezen uit de afvoergrafiek van Rijkswaterstaat en dus indicatief. De cijfers voor 2026 en de duur van het laagwater komen rechtstreeks uit de Deltares-analyse. Wat opvalt: de scheepvaart had het in 2018 zwaarder, omdat het laagwater daar veel langer aanhield. Onder de grond geldt het omgekeerde. Daar telt hoe diep de grondwaterstand wegzakt, en die was dit jaar het laagst van de drie.

De rivier is de thermometer, niet de oorzaak

Een lage rivierstand beschadigt geen enkele fundering. Wat er wel gebeurt: een lange periode zonder neerslag en zonder aanvoer laat de freatische grondwaterstand in het achterland uitzakken, en dat is de stand die onder uw woning telt. Deltares wijst er bovendien op dat de wateraanvoer die dit jaar wel lukte, via het IJsselmeer en de Klimaatbestendige Water Aanvoer, niet overal aankomt. In de veengebieden van laag Nederland zakten de standen ondanks die aanvoer ver weg, en op de hoge zandgronden is aanvoer sowieso geen optie.

Vanaf dat punt lopen er twee sporen. Bij een houten paalfundering komen de paalkoppen droog te staan zodra het peil onder de bovenkant van de palen zakt. Schimmels krijgen dan ruimte en het hout verliest draagkracht, onomkeerbaar. Hoe dat eruitziet, staat op paalrot herkennen. Bij een fundering op staal speelt iets anders: uitdrogende klei krimpt en het pand zakt mee, meestal ongelijkmatig omdat de bodem onder een woning zelden overal gelijk is. Beide sporen beginnen bij dezelfde meetwaarde, de grondwaterstand rond uw woning.

Waarom de rekening pas later komt

Funderingsschade is traag. Hout dat deze zomer is aangetast, levert niet in oktober een scheur op. Klei die is gekrompen, zwelt na een natte winter deels weer op, waarna de volgende droge zomer opnieuw krimp geeft. Dat heen en weer bewegen sloopt metselwerk, niet één enkele droge maand. Daarom is 2026 vooral een jaar waarin risico is opgebouwd. De schadebeelden die eigenaren nu melden, komen grotendeels voort uit 2018 en 2022.

Deltares zegt het in de eigen analyse net zo hard: funderingsschade, bodemdaling, extra CO2-uitstoot en schade aan grondwaterafhankelijke natuur zijn gevolgen die niet met een andere waterverdeling zijn op te lossen. Er is een andere inrichting van het watersysteem en het landgebruik voor nodig. Pas over een aantal maanden wordt duidelijk hoeveel bodemdaling onomkeerbaar is.

Wat wij dit seizoen zagen binnenkomen

Wat onze eigen checks dit seizoen lieten zien

Tussen 12 mei 2026 en 4 september 2026 vulden bezoekers 1.993 keer de gratis postcode-check in, verspreid over 1.728 postcodes. De signalen die zij aankruisten staan hieronder, gesorteerd op hoe vaak ze voorkwamen.

  • scheuren in de gevel69 keer
  • scheuren binnen60 keer
  • klemmende deuren37 keer
  • vocht in de kruipruimte36 keer
  • scheefstand35 keer

Splitsen we de checks naar het dominante bodemtype van het postcodegebied, dan komt het aandeel checks met zichtbare schade er zo uit:

  • Rivierklei (560 checks)27,4% met schade
  • Zand (513 checks)26,1% met schade
  • Veen (248 checks)24,5% met schade
  • Klei (239 checks)22,5% met schade
  • Klei op veen (75 checks)17,5% met schade

Dit zijn zelfmeldingen van mensen die met een reden een check doen, dus geen representatieve steekproef van de woningvoorraad. Ze zeggen iets over waar de zorgen zitten, niet over hoeveel woningen daadwerkelijk schade hebben.

Vergelijk dat met het beeld dat Deltares schetst en het patroon klopt: de klassieke paalrotsteden zijn allang niet meer de enige plek waar mensen zich zorgen maken. Rivierklei en zand staan bovenaan in onze checks. Dat sluit aan bij wat Deltares en TNO signaleren over krimp- en zwelklei, beschreven in onze analyse van het landelijke funderingsrisicomodel.

Het gat in de monitoring

Het eerlijkste deel van de Deltares-publicatie gaat over wat we niet weten. Er bestaat geen centrale database met meteorologische, hydrologische en maatschappelijke droogte-indicatoren, waardoor de ernst en frequentie van droogte over de jaren heen niet gestructureerd wordt bijgehouden. De directe economische gevolgen zijn op hoofdlijnen bekend, de bredere maatschappelijke doorwerking niet. Deltares voert de komende maanden een quickscan uit om de gevolgen van 2026 in kaart te brengen en werkt met PBL en CAS aan de Nationale Monitoring Klimaatadaptatie.

Voor uw eigen woning betekent datzelfde gat iets concreets. Gebiedsdata over bodem, grondwater en bodemdaling zijn er wel, maar het feitelijke funderingstype en de staat van uw palen staan nergens geregistreerd. Onze gratis postcode-check op funderingsrisico combineert die gebiedsdata met bouwjaar en woningtype en geeft een indicatie. Wat er daadwerkelijk onder uw huis zit, blijkt pas uit funderingsonderzoek met een inspectieput. Dat verschil blijven wij benoemen, omdat het het verschil is tussen een vermoeden en een oordeel.

Wat u na dit seizoen kunt doen

  • Leg vast wat u ziet. Fotografeer scheuren met een liniaal ernaast en zet de datum erbij. Zie scheuren in muren beoordelen.
  • Laat een nulmeting doen. Een nulmeting kost weinig en levert over twee jaar het bewijs waarmee u een discussie met gemeente, verzekeraar of buren beslecht.
  • Volg het peil in uw buurt. Peilbuizen in de omgeving laten zien of de winter het verlies weer goedmaakt. Hoe u dat leest, staat op grondwaterstand en fundering.
  • Kijk naar de omgeving van uw woning. Bomen dicht op de gevel, een bouwput in de straat of een peilbesluit versterken het droogte-effect. Zie funderingsproblemen voorkomen.
  • Zoek uw adres op de kaart op. De landelijke funderingskaart laat zien in wat voor gebied uw woning staat.

De zomeranalyse van augustus, met de recordlage afvoer en de LCW-criteria, staat in droogte 2026 en funderingsschade. De beleidskant en de tijdlijn van Kamerbrieven vindt u in het dossier funderingsproblematiek.

Veelgestelde vragen

Bronnen

Deel deze pagina

Verder lezen