Naar hoofdinhoud
Fundering.help

Onderzoek

Sonderingsonderzoek (CPT): sonderen en het sonderingsrapport uitgelegd

Bij een sonderingsonderzoek drukt een conus met sensor de grond in en registreert per centimeter weerstand en wrijving. Het sonderingsrapport is het bodemprofiel waarop palen worden ontworpen of beoordeeld. Hier leest u wat sonderen precies is, wat een sondering meet en wat het kost.
Sondeerwagen die een conus de grond in drukt langs een Nederlandse rijwoning

Wat is sonderen precies?

Sonderen is het hydraulisch de grond in drukken van een conus met ingebouwde sensoren, waarbij per centimeter diepte de weerstand wordt gemeten. In het Engels heet dit een Cone Penetration Test (CPT). In Nederland is sonderen dé standaardmethode voor het in kaart brengen van de bodemopbouw onder een bouwperceel of bestaande woning. Het sonderingsonderzoek omvat de veldmeting plus de verwerking tot een sonderingsrapport dat een constructeur gebruikt voor paalontwerp of beoordeling.

Wat meet een sondering precies?

De CPT-conus heeft drie sensoren: punt­weerstand (qc), plaatselijke kleefweerstand (fs) en waterspanning (u). Uit de combinatie destilleren constructeurs grondsoorten, draagvermogen en kleefgedrag. Een ervaren oog leest aan een sondering precies waar de eerste bruikbare zandlaag begint en hoe stabiel die is, zie ook onze pagina over grondsoorten en draagvermogen.

Hoe leest u een sonderingsrapport?

Een sonderingsrapport toont per meetpunt drie curves naast elkaar: qc (linker as, MPa), fs (middenas, kPa) en wrijvingsgetal Rf = fs/qc · 100% (rechter as). Hoge qc-pieken (> 15 MPa) wijzen op zand of zandige klei; lage qc met hoge Rf duidt op klei of veen. De overgang van veen of klei naar zand is de zogenaamde paalpuntdiepte. Naast de grafiek bevat een sonderingsrapport altijd de locatiegegevens (RD-coördinaten, hoogtemaaiveld tov NAP), datum, gebruikte apparatuur en de onderbouwing volgens NEN-EN-ISO 22476-1.

Vuistregels voor het interpreteren van een sondering

  • qc < 1 MPa + Rf > 5% = veen of slappe klei (geen draagkracht)
  • qc 1–5 MPa + Rf 2–5% = matige klei of leem
  • qc 5–15 MPa + Rf 0,5–2% = zand, beperkt draagkrachtig
  • qc > 15 MPa + Rf < 1% = vast zand, paalpuntdiepte bereikt

Wanneer is een sondering nodig?

Bij elk ontwerp van een nieuwe paalfundering, bij verbouwingen die meer gewicht toevoegen, en bij funderingsonderzoek waar betonpalen of negatieve kleef in beeld zijn (standaard onderdeel van Fase 2 funderingsonderzoek), en als basis voor de keuze tussen verschillende vormen van grondverbetering onder een fundering op staal. Voor woningen met houten palen is een sondering minder cruciaal dan een paalkopinspectie, die volgt aparte protocollen.

Verschil sondering, handboring en peilbuis

Een sondering meet mechanische weerstand zonder grondmonster. Een handboring levert daadwerkelijk grond (om te zien en lab-analyseren) maar geen weerstand. Een peilbuis meet grondwaterstand over tijd. Voor funderingsontwerp is de sondering primair, voor twijfelgevallen aangevuld met handboring en peilbuis.

Hoe verloopt een sondering op locatie?

Een sondeerwagen rijdt voor en plaatst de sondeerinstallatie op uw oprit of straat (vergunning nodig op openbare weg). Het zelf sonderen duurt 30–60 minuten per punt. De rapportage volgt binnen 1–2 weken. Voor herstelplanning combineert men de sondering vaak direct met funderingsherstel-technieken in één plan.

Wat kost een sondering en hoe snel is het rapport klaar?

Een enkele sondering kost €650–€1.200 (2026), inclusief mobilisatie van de wagen. Voor een rijwoning volstaat één sondering bij homogene grond; bij vermoeden van inhomogene ondergrond (gedempte sloten, voormalig bedrijfsterrein) zijn 2–3 sonderingen aanbevolen. Bij collectieve opdrachten zakt de prijs per sondering aanzienlijk.

Veelgestelde vragen

Deel deze pagina

Verder lezen