Naar hoofdinhoud

Onderzoeksfase 2

Fase 2 funderingsonderzoek: inspectieput en sondering

Fase 2 is het definitieve F3O-onderzoek. Een inspectieput wordt gegraven naast een representatieve paal, de paalkop wordt bemonsterd, het laboratorium bepaalt restdoorsnede en schimmelactiviteit, en een sondering brengt de bodem tot circa 30 m in kaart. Uitkomst is een onderbouwde handhavingsklasse die gemeenten, banken en het FDF accepteren.
Inspectieput met paalkop-inspectie

Wat gebeurt er in Fase 2?

  1. 01

    Inspectieput

    Naast een representatieve paal wordt een put van 1,5 – 2,5 m diep gegraven. De paalkop komt vrij voor visuele beoordeling en bemonstering. Duur: 1 – 2 dagen.

  2. 02

    Paalkop-inspectie

    De inspecteur beoordeelt vezelstructuur, kleur, geur en restdoorsnede. Foto's, boorkernen en houtmonsters worden gedocumenteerd volgens de Richtlijn Funderingen Onder Gebouwen.

  3. 03

    Houtmonster-laboratorium

    In het lab worden dichtheid, restdoorsnede, schimmel-DNA en bacteriële activiteit bepaald. Levert kwantitatief bewijs voor het resterend draagvermogen. Duur: 3 – 4 weken.

  4. 04

    Sondering (CPT)

    Op 2 – 4 punten wordt met een sondeerkegel een continu bodemprofiel tot 30 m diepte gemaakt. Cruciaal bij betonpalen, negatieve kleef of grondverbetering.

  5. 05

    Nulmeting (optioneel)

    Meetbouten worden aangebracht om over meerdere jaren de zakking exact te volgen. Zinvol bij klasse II of III met monitoringsadvies, of om een basislijn vast te leggen vóór werkzaamheden bij een buurpand.

  6. 06

    Rapport met handhavingsklasse

    Definitief rapport met alle bevindingen, handhavingsklasse (I–IV), onderbouwing per criterium en concreet vervolgadvies. Direct bruikbaar voor gemeente, FDF en herstel-offertes.

Vrijgelegde funderingspalen onder een gemetselde muur
Bij onderzoek worden de palen en hun aansluiting op het metselwerk vrijgelegd. De inspecteur legt de waarnemingen en metingen vast; deze foto alleen zegt niets over het resterende draagvermogen.

Wanneer is Fase 2 logisch?

Bij klasse III of IV uit Fase 1, bij houten palen met verdenking van paalrot, bij een verplichting vanuit gemeente of FDF, of als u exact wilt weten welke hersteltechniek van toepassing is en wat die realistisch kost.

Scheurmeter met meetschaal bevestigd over een scheur in een bakstenen muur
Tijdens en na Fase 2 kan een scheurmeter of nulmeting meelopen. Zo wordt onderscheid gemaakt tussen een stabiele scheur en een scheur die nog groeit, bepalend voor de uiteindelijke handhavingsklasse.

Wat u eruit krijgt

  • Onderbouwde handhavingsklasse (I tot IV), geaccepteerd door gemeente, bank, taxateur en FDF.
  • Laboratoriumrapport met restdoorsnede en schimmel- of bacteriële activiteit per bemonsterde paal.
  • Sonderingsprofielen (CPT) tot circa 30 m diepte, per meetpunt.
  • Concreet herstel-scenario met methodekeuze en kostenindicatie per m².
  • Basis voor gerichte offerte-aanvragen bij herstelbureaus.

Wat u aanlevert

Naast toegang tot binnen- en buitenruimte: bouwtekeningen (indien aanwezig), het Fase 1-rapport, meldingen van scheefstand of scheuren, en contactgegevens van de buren wanneer u collectief onderzoek overweegt.

Collectief onderzoek

Bij aaneengesloten woningen (rij- en herenhuizen) is collectief onderzoek vrijwel altijd goedkoper en representatiever, omdat een houten paalfundering onder een bouwblok één samenhangend systeem is. Bij vier of meer panden dalen de kosten per woning fors, indicatief met een derde tot bijna de helft op basis van offertes uit de praktijk, en kan de inspecteur ook de aansluitingen onder gedeelde bouwmuren beoordelen.

Kosten en subsidies

Individueel €2.800 – €5.200 per pand, collectief (4 of meer) €1.200 – €1.800. Het FDF vergoedt sinds 1 juli 2025 tot €2.500 onderzoekskosten landelijk dekkend. Voor de volledige kostenopbouw zie kosten funderingsonderzoek.

Vrijblijvend contact

Aanvraag volledig funderingsonderzoek

Vul uw gegevens in. Een onderzoekspartner in uw regio neemt zo snel mogelijk contact met u op.

Veelgestelde vragen

Deel deze pagina