Onderzoek
Bodemonderzoek bij verbouw en funderingsherstel
Twee onderzoeken, twee doelen
Wie bij een aannemer of gemeente “bodemonderzoek” hoort vallen, krijgt zelden te horen welk van de twee bedoeld wordt. Het verschil is groot: een milieukundig onderzoek zegt niets over of uw paal de begane grond kan dragen, een geotechnisch onderzoek zegt niets over of er PAK in de tuin zit. Onderaannemers en bureaus bieden ze meestal apart aan; bij verbouw en funderingsherstel zijn beide soms tegelijk nodig.
1. Milieukundig bodemonderzoek (NEN 5740)
Dit is het “verkennend bodemonderzoek” dat de gemeente vraagt bij een omgevingsvergunning voor bouwen, of bij grondafvoer van het perceel. Het bureau steekt circa 6–10 ondiepe boringen door de bovengrond, plaatst één of twee peilbuizen voor het freatisch grondwater, en analyseert monsters op zware metalen, PAK, minerale olie en PFAS. De rapportage geeft een eindoordeel: onverdacht, licht verdacht of verontreinigd.
Bij verontreiniging volgt een nader onderzoek (NEN 5717) of een saneringsplan. Voor een normaal woonperceel in een naoorlogse wijk komt zelden meer uit het rapport dan een lichte verhoging van achtergrondwaarden; voor percelen op voormalige bedrijfsterreinen, gedempte sloten of oude gasfabriekslocaties is een aanvullend onderzoek vrijwel zeker.
2. Geotechnisch bodemonderzoek
Dit onderzoek bepaalt de bodemopbouw en het draagvermogen — de basis voor elk funderingsontwerp. Het bestaat in de regel uit:
- Een sondering (CPT) die mechanische weerstand meet tot in de eerste pleistocene zandlaag (20–30 m in West-Nederland).
- Eventueel een handboring of mechanische boring met grondmonsters, om de grondsoorten en lagenopbouw visueel en in laboratorium te toetsen.
- Bij hoge of fluctuerende grondwaterstand een peilbuis die het waterpeil over weken tot maanden volgt.
Voor funderingsontwerp en voor funderingsonderzoek bij bestaande bouw is de sondering primair. Een sondering levert geen grondmonster, maar wel continue waarden van puntweerstand (qc), kleefweerstand (fs) en waterspanning (u). Een ervaren constructeur leidt daar grondsoorten, paalpuntdiepte en negatieve kleef uit af. Zie ook onze achtergrond bij grondsoorten en draagvermogen.
Welk onderzoek heeft u wanneer nodig?
Aanbouw, dakopbouw of verbouwing
Voor een omgevingsvergunning vraagt de gemeente vrijwel altijd een NEN 5740-rapport, zeker bij een nieuwe verblijfsruimte op de begane grond. Voor het funderingsontwerp van de aanbouw vraagt de constructeur een sondering, ook als de bestaande woning op staal staat. Zonder sondering moet de constructeur op veilige vuistwaarden ontwerpen — dat leidt meestal tot duurdere paaldiameters of overdimensionering.
Funderingsherstel bij bestaande woning
Bij funderingsherstel is een sondering vrijwel altijd verplicht — de paalpuntdiepte van de nieuwe palen wordt eruit afgeleid. Een milieukundig onderzoek is alleen nodig wanneer grond wordt afgevoerd (bijvoorbeeld bij aanleg van een nieuwe kruipruimte of kelder).
Aankoop van een woning
Bij aankoop ontvangt u soms een ouder NEN 5740-rapport van de verkoper. Geldig is dat 5 jaar zolang het bodemgebruik niet wijzigt. Voor inschatten van funderingsrisico is dat document niet bruikbaar; daar geeft de funderingskaart en een eventueel ouder funderingsonderzoek meer houvast.
Hoe loopt een bodemonderzoek?
Een verkennend milieukundig onderzoek duurt 1 dag op locatie en 2–3 weken tot rapport. De boormeester werkt met een handboor of een lichte mechanische boorset; in de bestrating worden gaten van Ø 7 cm gemaakt en weer dichtgezet. Een geotechnische sondering duurt 30–60 minuten per punt, met een sondeerwagen van 12–20 ton op de oprit of openbare weg (vergunning nodig). Voor herstelplanning combineren bureaus de twee onderzoeken vaak in één veldgang.
Kosten in 2026
- Verkennend milieukundig (NEN 5740), rijwoning-perceel: €750–€1.500.
- Aanvullend milieukundig (NEN 5717), bij verdachte locatie: €2.000–€4.000.
- PFAS-analyse aanvullend: €200–€400 per monster.
- Enkele sondering (CPT): €650–€1.200 inclusief mobilisatie.
- Handboring met grondmonsters: €450–€800.
- Peilbuis plaatsen + 1 ronde meten: €400–€700.
Bij collectieve opdrachten (VvE, straataanpak) zakt de prijs per pand met 20–40%. Zie ook kosten funderingsonderzoek voor de bredere kostenopbouw rond funderingsonderzoek.